top of page
Search
  • anneliekejoosten

Veganisme en depressie: wat is het verband en hoe ga je ermee om?

Dit artikel is verschenen in het lentenummer van VEGAN Magazine 2023

Afbeelding: Maaike Zandstra


Het leven is lang niet altijd makkelijk als veganist in deze wereld. Onze overtuiging, ons rotsvaste geloof dat het gebruik van dieren verwerpelijk is, wijkt af van de standaard moraal in onze westerse samenleving. Uit recent onderzoek blijkt dat het percentage depressies onder vegetariërs maar liefst twee keer hoger is dan gemiddeld. Wat zouden de oorzaken kunnen zijn van dit verband; en wat kunnen we doen om ons beter te voelen?


NB: In het wetenschappelijke artikel dat hier wordt aangehaald is alleen een verband onderzocht voor vegetariërs en niet voor veganisten. Ook belangrijk: deze bron wordt ingezet ter ondersteuning van de hulpvraag. Dit stuk is geen literatuuronderzoek.


In oktober 2022 verscheen er een artikel op Neurosciencenews.com getiteld ‘Vegetarians more likely to be depressed than meat-eaters’. In dit stuk wordt een wetenschappelijke bron aangehaald waarin het vóórkomen van depressiviteit bij vleeseters wordt vergeleken met de frequentie bij vegetariërs. Er zijn al eerder studies gedaan naar de relatie tussen een vegetarisch dieet en mentale gezondheid, maar deze gaven geen eenduidige resultaten. De oorzaak hiervan lag onder andere bij de kleine samplegrootte en onvoldoende standaardisering van de definitie van vegetarisme. Het meest recente onderzoek, dat van Kohl en Luft, is uitgevoerd op meer dan veertienduizend Brazilianen tussen de 35 en 74 jaar en is het eerste zeer uitgebreide en gestandaardiseerde onderzoek naar de relatie tussen een vegetarisch dieet en mentale gezondheid. Hieruit bleek dat vegetariërs twee keer zo vaak last hebben van depressies dan mensen die vlees eten. In het onderzoek werd ook een eventuele oorzaak-gevolgrelatie tussen voedingsstoffen in het dieet en gemoedstoestand uitgesloten. Ook sekse als derde variabele is uitgesloten in dit onderzoek. Wel goed om in je achterhoofd te houden: Brazilië is een land waar procentueel gezien het meeste vlees wordt gegeten. In 2018 was 14 procent van de inwoners vegetariër. In een land als India, waar 39 procent van de bevolking vegetariër is, zal dit wellicht anders liggen.


Er zijn meerdere oorzaken voor dit verband. Hieronder bespreek ik de oorzaken die in het artikel genoemd worden en oorzaken buiten dit artikel om.


Cognitieve dissonantie


In het artikel van Neuroscience News wordt aangenomen dat mensen met en mensen zonder depressie evenveel te maken krijgen met de gruwelijke feiten uit de dierindustrie en slachthuizen. Mensen die depressief zijn, zijn emotioneel kwetsbaarder en nieuws over bijvoorbeeld stalbranden of verpletterde haantjes komt daardoor heftiger binnen. Mensen die zich depressief of neerslachtig voelen, zijn daardoor vatbaarder voor het ontwikkelen van schuldgevoelens en cognitieve dissonantie. Die laatste term kwam ook langs in Vegan Basics van herfst 2021. Daarin werden twee vegan psychologen geïnterviewd over de vraag ‘Waarom “dierenvrienden” dieren eten’. In dit artikel onderzochten ik hoe het kan dat niet-veganisten het ene dier eten en het andere dier knuffelen. Ook bespraken we waarom mensen die weten wat voor leed er bij dierlijke producten komt kijken toch vlees eten. Als grootste onderliggende factor kwam toen cognitieve dissonantie naar voren: wanneer wat je denkt en voelt niet op één lijn zit met wat je doet.


Cognitieve dissonantie is een naar gevoel waar mensen van af willen. Dit kan of door je gedrag aan te passen, door te stoppen met dieren en dierlijke producten eten, of door het gevoel te vermijden. Mensen die geen veganist zijn hebben allerlei mechanismen om ervoor te zorgen dat ze de cognitieve dissonantie niet hoeven te ervaren. Ze stellen bijvoorbeeld de overheid verantwoordelijk of houden vast aan de overtuiging dat vlees eten gezond, normaal en lekker is.


Uit onderzoek bleek ook dat mensen met een milde tot matige depressie een meer realistische kijk hebben op bepaalde fenomenen en gebeurtenissen en bovendien een realistischer beeld hebben van hun rol en vaardigheden. Toegepast op dit onderwerp betekent dit dat mensen met een depressie inzien dat diergebruik leed veroorzaakt en dat de consument, zij zelf dus, hier een rol bij speelt. Zij zullen hun eigen rol in dit leed sneller erkennen en dierlijke producten laten staan.


De andere kant op werkt het ook; je kan ook een depressie ontwikkelen doordat je veganist bent. Er is een voor de hand liggende verklaring die we allemaal wel kennen: de voortdurende confrontatie met dierenleed, zoals de dierenrechtenactivisten uit Minke Zegvelds artikel (pagina 17…) ook aangeven. Er is nog een andere verklaring die ik verder uitleg in de volgende alinea.


Vystopia


In het eerder genoemde interview met de twee psychologen kwam de rol van sociale psychologie ter sprake. Het ligt in de aard van de mens om je verbonden te willen voelen met anderen. We zijn groepsdieren en onze sociale kring bepaalt voor een groot deel hoe we naar onszelf kijken en hoe we ons gedragen. Als je andere keuzes maakt dan je sociale omgeving, kan dit ervoor zorgen dat je je minder veilig en verbonden voelt.


Over het algemeen wil men graag een goed mens zijn. Handelen naar je morele opvattingen is alleen niet altijd vanzelfsprekend. Zorgzaamheid wordt in onze maatschappij als een belangrijke eigenschap gezien. Een dierenvriend zijn is een uiting van deze eigenschap, maar lang niet alle mensen die zichzelf als dierenvriend zien, zijn vegetariër of veganist. Deze mensen handelen dus op dat vlak niet naar hun morele overtuigingen, wat voor cognitieve dissonantie kan zorgen. Veganisten handelen wel naar hun morele opvatting over diergebruik en kunnen daardoor bedreigend zijn voor niet-veganisten. Ons handelen herinnert hen eraan dat hun overtuigingen en keuzes niet overeenkomen. In feite wakkeren we de cognitieve dissonantie, het nare gevoel, bij hen aan. Om dit nare gevoel uit de weg te gaan, zoeken ze naar manieren om de ander naar beneden te halen. Veel veganisten ervaren dat hun omgeving negatief reageert op hun levensovertuiging. Dit kan leiden tot vervreemding van je sociale omgeving, eenzaamheidsgevoelens en zelfs depressie. Wij vegans hebben een eigen naam voor depressie: vystopia - een combinatie van het woord ‘dystopie’ en veganisme, zoals Clare Mann heeft beschreven in het boek met dezelfde naam. Het is het beklemmende gevoel van leven in een niet-vegan wereld.


I had a black dog, his name was depression


Allemaal niet leuk of aardig, dus hoe ga je hier nou mee om? Om te kunnen omgaan met een gevoel moet je het eerst kunnen plaatsen. Als iemand die al sinds haar tienerjaren van de ene in de andere depressie tuimelt, kan ik inmiddels best wat zeggen over de omgang met mijn eigen dieptepunten. Het belangrijkste dat ik geleerd heb is dat mijn depressie nooit zomaar pats-boem ontstaat, maar langzaam erin sluipt. Visualiseren helpt mij om deze stille sluiper te leren begrijpen. Depressie is als een arrogante, narcistische oom die veel te dicht bij je komt staan en met consumptie in je oor loopt te tetteren. Het is als de afwezigheid van de zon, zand in je onderbroek, een oorontsteking tijdens een zomerse vakantie. Je bent dezelfde persoon als altijd, maar een stoorzender trekt voortdurend je aandacht waardoor je niet meer kan genieten van leuke dingen. Misschien ken je het filmpje van de Black Dog wel op YouTube; hierin wordt depressie uitgebeeld als een grote, zwarte hond die zich continu in je personal space bevindt. Het beeld dat mij het meeste raakt is dat wanneer de hond, die hoog boven de man uittorent, de man met één poot tegen de grond drukt.


Bescherm jezelf


Wat daarnaast goed is om te beseffen, is dat gevoel maar subjectief is. Emoties worden gemaakt door jouw eigen brein en zijn niet alleen een reactie op gebeurtenissen om je heen, maar ook op gebeurtenissen in je hoofd. En dat is tegelijkertijd verschrikkelijk verlammend en bekrachtigend. Dat klinkt cryptisch, maar ik zal je uitleggen wat ik bedoel. Het kan verlammend zijn om te beseffen dat het probleem in jouw eigen hoofd zit. Die verantwoordelijkheid is groot en beangstigend, maar kan ook heel bekrachtigend zijn. Want hoewel het probleem zich in jouw hoofd afspeelt, kun jij zelf aan de slag om je beter te voelen.


Wanneer ik me weer eens somber voel, probeer ik mijn gedachten te compartimentaliseren. Hiermee bedoel ik dat ik in de sombere gedachten een figuurlijk vlaggetje steek en ze aan de kant zet, zodat ik me op neutrale en positieve gedachten kan richten. Niet omdat het gevoel er niet mag zijn, maar omdat dat me helpt om me beter te voelen. Ik heb namelijk helemaal geen zin in dat zwartgallige, misselijkmakende en allesoverheersende gevoel.


Aangezien jouw gevoelens een reactie zijn op jouw binnen- en buitenwereld, is het belangrijk dat je beide werelden op jouw behoeftes afstemt. Dat betekent dus dat je slim om moet gaan met wat voor informatie je tot je neemt en waar je je mee bezig houdt. Ignorance is bliss. Als je merkt dat je langdurig somber blijft na het lezen van een bericht op Facebook over de zoveelste stalbrand, lees die berichten dan niet meer. Je bent niet hypocriet als je niet elk stukje informatie over dierenleed meekrijgt. Je kan simpelweg niet alles aan en dat is oké. Wees rigoreus en verwijder of beperk Facebookgroepen of Instagram-profielen waar je somber van raakt. Wat ook kan helpen is een sociaal vangnet, hierover lees je meer op pagina 17.


Voorkom een tunnelvisie


Nog iets controversieels: verbreek alsjeblieft geen vriendschappen met niet-veganisten. Ik weet als geen ander hoe moeilijk het kan zijn om samen aan tafel te zitten met mensen die kip zitten te kluiven. Maar als je iedereen uit je leven bant die andere idealen heeft dan jij, ontwikkel je een tunnelvisie. Je móet een verbinding kunnen behouden met ‘de andere kant’. Zeker als je zelf niet altijd vegan bent geweest. We zijn geen betere mensen dan niet-veganisten, we maken alleen op sommige vlakken keuzes die in onze ogen slechts beter zijn, niet perfect. En hoe tegenstrijdig ook, de vriendschap met mijn vleesetende vrienden helpt juist om de rest van de niet-vegan wereld aan te kunnen. De wereld voelt minder eng, bedreigend en hopeloos doordat ik me er via mijn vrienden meer verbonden mee voel. Door mijn positieve invloed zijn veel van mijn vrienden bovendien meer te weten gekomen over veganisme en eten ze vaker plantaardig bijvoorbeeld. Daarnaast vind ik mijn vrienden geen meedogenloze moordenaars, anders zou ik niet met ze bevriend zijn. Ze zijn lieve schatten die simpelweg anders over bepaalde dingen denken dan ik.


Het belangrijkste wapen tegen depressie is vriendschap en verbindingen. En als je er zelf niet uitkomt: zoek professionele hulp. Je mag er zijn, je verdient het om je goed te voelen in de korte tijd die je op aarde rondloopt, en er zijn mensen die je willen helpen.


Comments


bottom of page